Altijd rekening houden met iedereen.
Behalve met jezelf.
Je zegt ja tegen je partner, familie, een vriend of een collega, terwijl alles in je nee roept. Niet omdat je het wilt, maar omdat je geen gedoe wilt of bang bent iets fout te doen. ’s Avonds lig je in bed en speel je het gesprek van vandaag nog een keer af. Wat had je anders moeten zeggen? Wat zal de ander ervan vinden?
Je lontje wordt steeds korter. En soms schiet je ineens uit je slof om iets kleins. Omdat het eigenlijk gaat over al die keren dat je je mond hebt gehouden. Of omdat je niet snapt waarom de ander je niet begrijpt, terwijl je misschien nooit hebt gezegd wat je echt nodig hebt.
En ergens tussen al dat rekening houden door vraag je je af wie je eigenlijk bent, als niemand iets van je verwacht.
Misschien weet je nog niet hoe het anders moet. Maar je voelt wel dat het zo niet langer gaat.